Onderwijs

  • De druk is hoog, te hoog

    Vandaag staat in de krant dat meiden op de middelbare school meer en meer mentale problemen hebben. Ze ervaren hoge druk en veel stress. En daar schrik ik niet meer van, want ik krijg regelmatig berichten van ouders van meiden op de middelbare school, die zich zorgen maken om hun dochter. Ze zien haar worstelen, ploeteren, piekeren en strijden. En ze willen dat ze er niet aan onderdoor gaat.

     

    Het is een groot probleem

    We kunnen niet meer ontkennen dat er een probleem is. Dat we in onze maatschappij de druk blijven opvoeren. Doordat we streven naar perfectie, op alle vlakken. En dat dit ongezonde hoge verwachtingen zijn, die niemand kan waarmaken. Ten koste van alles hoge cijfers halen, een zo hoog mogelijk diploma, sociale contacten opbouwen, je positief neerzetten op social media, het liefste met een perfect uiterlijk en ouders die willen dat je slaagt in het leven. Maar uiteindelijk dat vooral je mentale gezondheid er onder leidt en je diepongelukkig bent. En dat al op zo’n jonge leeftijd.

     

    Het roer moet om.

     

    Zo werken we onszelf en onze kinderen de vernietiging in.

    We moeten niet willen dat kinderen en jongeren ‘zich staande kunnen houden in de maatschappij’, maar we moeten een maatschappij creëren waarin dat niet meer nodig is, omdat het een gezonde maatschappij is voor iedereen.

     

    Een maatschappij is iets wat wij zelf creëren. Door cultuur, maar ook door beleidsmakers aan te stellen die ons sturing geeft. Dus als we zelf de maatschappij hebben gecreëerd, zoals ie nu is, dan kunnen we ook een nieuwe maatschappij ontwikkelen. We moeten zelf in actie komen om een nieuwe richting uit te zetten.

     

    Dus wat voor maatschappij wil jij?

     

    De nieuwe maatschappij

    Ik weet wel dat ik een maatschappij wil waarin onze kinderen kind kunnen zijn, zichzelf mogen ontwikkelen en leren, zonder dat zij zich moeten aan te passen om in het systeem (school, maatschappij) te passen. Dat ze (zoveel mogelijk) zonder zorgen opgroeien en dat het belangrijk is dat ze ontdekken, fouten maken en leuke dingen doen, omdat prestaties niet het allerbelangrijkste is. Maar ook dat ze leren dat het oké om verdrietig te zijn, boos te zijn en het allemaal even niet te weten. En dat het leven niet altijd leuk is, maar dat er ook tegenslagen zijn, pijn, verdriet, angst. Ook wil ik ze meegeven hoe ze mentale gezondheid een prioriteit maken.

     

    Vooral wil ik ze meegeven dat zij goed zijn zoals ze zijn. En dat zij zich niet hoeven te vergelijken met anderen om te weten wat hun waarde is of om te checken of ze achterlopen of ‘normaal’ zijn, want dat doet er niet toe. Dat ze hun eigen tempo mogen volgen en hun eigen weg mogen bewandelen. Ze komen er wel. Daar heb ik alle vertrouwen in.

     

    Verandering nodig

    Maar dan moet er wel iets veranderen. Vanuit onszelf, bij werkgevers, scholen én vanuit de regering.

    We hebben andere waarden nodig, die centraal moeten gaan staan.

    • Mensgericht in plaats van winstgericht.
    • Betekenisvol willen (en kunnen) zijn in plaats van succesvol willen zijn.
    • Het samen doen in plaats van het alleen moeten doen.
    • Kwaliteit boven kwantiteit.
    • Genieten van het leven boven geld verdienen.
    • Jezelf zijn in plaats van willen uitblinken.
    • Leren en ontwikkelen leuk maken in plaats van de nadruk leggen op fouten, op het doel en op de prestatie.
    • Menselijkheid omarmen in plaats van perfect willen zijn.

     

    Ik ben benieuwd: wat voor maatschappij wil jij?

     

    Hier is een linkje naar het artikel: Mentale problemen meiden flink toegenomen

  • Ik heb 3 studies niet afgemaakt

    Tijdens de middelbare school wist ik nog niet goed wat ik wilde studeren. Ik had gekeken naar creatieve therapie, conservatorium, maatschappelijk werk. Iets met mensen en/of creativiteit en/of muziek. Kortom, ik wist het nog niet. Ik was 16 jaar toen ik klaar was met de havo en ik had het idee dat ik nog niet klaar was om te gaan studeren. Dus ik koos voor een tussenjaar en ik ging naar Amerika.

     

    Social studies

    Terug in Nederland aangekomen ben ik de studie Sociaal Pedagogische Hulpverlening (SPH, inmiddels heet deze studie Social Studies) begonnen. Helemaal zeker van mijn keuze was ik nog niet. Ik overwoog om na het behalen van mijn propedeuse over te stappen naar de universiteit, om Psychologie te gaan studeren. Dat was in ieder geval het plan.

     

    Meubelstoffeerder

    Uiteindelijk heb ik daar niet voor gekozen en maakte ik mijn studie op het hbo af. De opleiding beviel me goed, al miste ik creativiteit in mijn studie, dus ik ging de mbo opleiding Meubelstoffeerder doen. Daar kwam ik er achter dat ik dit heel leuk vond, maar het fysiek erg zwaar was om meubels te ontdoen van de stoffering. Ook zag ik mezelf dit niet iedere dag doen. En daardoor besloot ik te stoppen met die opleiding.

     

    Kunstacademie

    Ik besloot te gaan onderzoeken of de kunstacademie iets voor mij was. Ik werd niet toegelaten, maar ik ging de zaterdagacademie doen. Een voorbereiding op de kunstacademie, waarbij je iedere zaterdag een hele dag les hebt over uiteenlopende onderwerpen en zo ook je portfolio opbouwt. Dat vond ik super leuk en na dat jaar werd ik alsnog toegelaten tot de kunstacademie. Ik ging Interieurontwerp in deeltijd studeren, want inmiddels werkte ik ook in hoger onderwijs, dus voltijd studeren was lastig.

    Na een jaar met veel strijd en tranen was ik erachter gekomen dat creatief bezig zijn meer een hobby voor me was dan werk. Ik was veel meer bezig met hoe klasgenootjes zich voelde, dan met het ontwerpen. Op de kunstacademie voelde ik me erg verloren, ik haalde vele vakken niet en moest stoppen omdat ik niet aan de BSA norm (Bindend StudieAdvies) voldeed.

    Pyschologie

    Ik startte mijn eigen coachingsbedrijf en bleef daarnaast ook werken in het onderwijs. Enkele jaren laten begon het weer te kriebelen en ging ik in deeltijd Psychologie studeren aan de universiteit, af en toe een vak. En tot op heden heb ik die opleiding niet afgemaakt. En ik weet niet of ik dat ooit ga doen.

     

    Ontdekkingstocht

    Ik weet als geen ander hoe het is om te zoeken, te ontdekken, te stoppen en ook door te blijven gaan. En soms is ontdekken dat het níét bij je past ook al heel waardevol. Anderen kunnen wel zeggen dat het niks voor je is, maar het zelf ontdekken is nog veel belangrijker.

     

    En soms vinden we nog niet de ideale opleiding of de ideale baan. Terwijl de mensen om ons heen ‘het’ gevonden lijken te hebben. En je weer op een verjaardag antwoord moet geven op de vraag: “Wat ga jij later doen?” of “Weet je al wat je wilt worden?”. Ik vraag me wel eens af of we ‘het’ ooit zullen weten.

  • Het Nederlandse onderwijssysteem – Deel 1: De Basisschool

    In Nederland hebben we een best ingewikkeld onderwijssysteem.

    In een serie van artikelen ga ik de structuur van het Nederlandse onderwijs proberen uit te leggen.

    Dit is deel 1.

     

    Basisschool

    In Nederland gaan we allemaal vanaf 4 jaar naar de basisschool.

    Kinderen mogen ook wachten tot ze 5 jaar zijn, vanaf dan is het verplicht. Dit moet vanwege de leerplicht.

    Er wordt al gestimuleerd om naar de peuterspeelzaal te gaan als voorbereiding op de basisschool. Vanaf wanneer dit mag is afhankelijk per gemeente waar de peuterspeelzaal staat. In Nuenen is dit 2 jaar en 6 maanden, in Eindhoven is dit met 2 jaar en 3 maanden.

     

    Je start in groep 1. Voorheen was dit de kleuterschool (tot en met groep 2). Nu: de onderbouw.

     

    De middenbouw is van groep 3 tot en met groep 5.

    De bovenbouw is van groep 6 tot en met groep 8.

     

    Je doorloopt groep 1 tot en met groep 8 op de basisschool. Aan het einde van de basisschool ben je 11 / 12 / 13 jaar.

    Mocht je niet het juiste niveau hebben om door te gaan naar de volgende groep, dan kan het zijn dat je blijft zitten.

     

    De basisschool wordt ook wel het primair onderwijs genoemd, afgekort tot PO.

     

    Leerling & leerkracht / juf / meester

    Als je op de basisschool zit, heet je een ‘leerling’. En diegene die les geeft een leerkracht, juf of meester. Om les te mogen geven in het basisonderwijs, moet je de pabo (hbo, 4 jaar) of de academische pabo (ook wel academische lerarenopleiding PO genoemd) (hbo + wo, 4 jaar) hebben afgerond.

     

    Verschillende soorten

    Er zijn verschillende soorten basisscholen.

    • De Brede school
    • Jenaplan school
    • De Vrije school
    • Dalton school
    • Montessori school
    • Een school op basis van godsdienst/levensbeschouwing, zoals katholiek, protestants, islamitisch, etc.

    En nog vele meer.

    Iedere school mag zijn eigen lesmethode en uitgangspunt hanteren. Het kwaliteit van het onderwijs wordt wel gecontroleerd door de overheid.

     

    Overige soorten basisonderwijs

    Thuisonderwijs is ook mogelijk, maar lastiger te regelen in Nederland.

    Er is ook speciaal onderwijs.

    Als het basisonderwijs een kind niet kan helpen of als een kind teveel aanpassingen nodig heeft, moet het kind naar het speciaal onderwijs.

    Zo zijn er scholen voor doven en slechthorenden, voor blinden en slechtzienden, maar ook voor kinderen met gedragsproblemen of leerproblemen.

    Ook is er onderwijs gericht op hoogbegaafde kinderen. Soms is dit een plusklas, soms is er een basisschool helemaal gericht op hoogbegaafde kinderen.

     

    Op het einde

    Aan het einde van groep 8 maakt iedereen een eindtoets (voorheen CITO toets) en de leerkracht van groep 8 geeft een schooladvies. Dit samen bepaalt het niveau van vervolgonderwijs van de leerling. Scholen mogen zelf hun eigen toelatingseisen bepalen.

     

    So far so good, right? Op naar de volgende stap.

    Lees verder in Deel 2: De Middelbare school

     

    Disclaimer: aan dit artikel kunnen geen rechten worden verleend. Ontdek je een fout, laat het mij weten.