Ik staak, ik doe het niet meer, ik stop ermee. Ik ga niet meer alles dragen. Ik ga niet meer vooruitzien en inspringen. Het managen en het regelen, het bestellen van de kleren voor mijn kind, de biebboeken verlengen, de afspraken plannen, de oppas regelen, de cadeautjes kopen, de planten water geven, de pakketjes terugsturen.
Nog even een mailtje, nog even een vraag van een student, of een collega. Of taken over te nemen van die zieke collega. Even dit en even dat. Even tussendoor.
Alles voor iedereen regelen. “Kom maar, ik doe het wel.” “Kun je even [dit]
voor me doen?” “Ja, is goed!” Iedereen willen helpen. Altijd in de
ready-to-go stand. Vooruitzien wat er moet gebeuren. Proactief.
Ik draag het allemaal op mijn schouders. Ik trek, ik duw, ik leur, ik
sleur, ik ploeter, ik strijd, ik vecht. En daar ben ik klaar mee. Ik stop ermee.
Ik doe het niet meer. Ik wil het niet meer alleen dragen. Want dat kost me mezelf.
Ik wil niet meer vooraan staan als er taken uitgedeeld worden. Ik bijt
mijn tong en wacht wel af. Dan gaan de planten maar dood. Dan liggen er
maar 10 pakketjes die nog terug gestuurd moeten worden. Dan wordt die
afspraak maar nooit geregeld. Dan wordt de was maar niet opgevouwen. Ik
staak.
Ik wil meer plezier. Het samen dragen. Ik wil kunnen leunen. Ik wil kunnen ontspannen. Het een ander laten regelen. Ik beweeg wel mee. Leuke dingen doen. Tijd voor mezelf.
Als ik minder ‘moeten’ wil, zal ik ook minder moeten doen. Minder op me nemen. Meer laten liggen.
Maar dan gaat het toch fout, denk je wellicht. Ja, dat kan. Maar dat is dan maar zo. Soms moet de noodzaak hoog genoeg zijn om in beweging te komen. Mensen zien vaak niet wat je allemaal doet, tot je het niet meer doet. Je kunt niet allemaal alleen dragen. En dat moet je ook niet meer
willen.
En dat vind ik lastig. En jij misschien ook. Maar spreek
uit wat je niet meer doet. Of welke taken je samen wilt doen en niet meer alleen. Spreek uit wat je allemaal wel deed. En leg je werkzaamheden neer.
Ik ga achterover leunen, benen omhoog. En ik laat het los. En jij?